Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 7<5 )

Heiligen! —— Die weinige zal dan genoeg zijd , omu te doen begrijpen, dat iemand, die heilig genaamd mag worden, zodanig weezen moet, dat hij, met geen het minde vecht, over eenige misdaad kan befchuldigd worden : dac is, zoo vrij van alle zonden zij, dat niet alleen geene der menfchen, noch zijne eigen gewceten ; maar ook de alweetende God zelf, niets in hem meer vinden kan, dat berispelijk of zondig is. Ja , zulk een zegt gij, zoude een

heilig weezen ; maar wie is deeze, en wij zullen hem prijzen? —— Gij fchijnt te denken, dat 'er zulk een mensch, in de geheele waereld naauwlijks te vinden is; ik durf 'er nog wel bijvoegen, dat uit zijn eigen zeiven, nooit zodaDig een mensch geweest is, noch is, of zijn zal 1 ——

'Er is dan geen mensch uit zich zeiven heilig, om dat ieder mensch alle volmaaktheden , die hij heeft, zo wel als zijn wezen, van de eerfte oorzaak aller volmaaktheden moet ontvangen.

Hoe nietig evenwel de menfchen uit zich zeiven z'jn, zijn 'er echter veele, die men met reden deugdzaam noemt, dus moeten zij dan ook van bunnen Schepper, de nodige bekwaamheid tot

de beoefening der deugd bekomen hebben

Gods H. woord fielt ons daarenboven verfcheiden , die, zoo wel als wij nu zijn, eertijds zwakke menfchen waren, als heiligen voor. —— ?t Is dan zeker, dat God , dien wij, alseennoodzaaklijk en volmaakr wezen kennen, mede de oorzaak van hunne heiligheid geweest moet

zijn «Maar is God de oorzaak hunner

heiligheid , dan motr God noodzaakelijk zelf heilig weezen: want niemand kan iets uit

Sluiten