Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 77 )

z\ch ? el ven ann een ander geeven, dat bij zelf niet

n, ft. God is dan heilig! Maai?

heilig zijn is .gelijk wij gezegd hebben, zoovötmaakr in alles 'e weezen, dat 'er geen misflag kan gevonden worden, in den geenen , dien wij heilig

noemen ? Hoe onnafpoorlijk dan voor ons

immer de wegen der Goddelijke Voorzienigheid bevonden worden, wij zijn verzekerd , dat God niet alleen als een volmaakt wezen; maat ook als de oorfprong der heiligheid zelve, ih

alles htilig is. 1 Ja, wij kunnen, zegt gij»

Gnd als een zoodanig wezen, gemakkelijk hiér

uit kennen. öit even eenvoudige rede-j

hen, zült gij hem ook kennén in het

TIENDE HOOFDSTIK

Als een wezen, dat van ons geëerd ea gediend wil zijn.

Nu wij God maar eehigzins in zijne grootheid kennen, zien wij meer en meer onze eigéné nietigheid; en deze overtuigt ons, dat wé üit ons zei ven. onbekwaam zijn, om hem, door onze eerbewijzing of dienst, het geringdé nur toe te brengen. — Wij kunnen immers Godè eere niet vermeerderen, noch hem ëenigen dienst doen, 'als of hij iets behoefde: want God zoude, gelijk hij eeuwig uit zich zeiven groot geweest is, eeuwig even groot zijn, al Waare het öok t dat *er nooït iets gefchaapen, geeft hemd noch aarde: geëne engelen noch mèifcherl of eetiig ahdér fchepfel, door zijne \ruchi baard almagt èn wijsheid uit niet was voordgebragt^ F %

Sluiten