Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CS7 3

Dit moeten, begrijpt gij echter wel, dat, 14 Gods vrijmagtig welbehaagen alleen, zijn grond»

nas heeft. 't Is dan zeker, dat God zelt

den mensch een dienst, of wijze, op welke hij van den mensch geëerd en gediend wil zijn , heeft voorgefchreven, en aus de Godsdienst uit zijnen oorfprong Goddelijk is.

Wat dunkt u, mijne vrienden! is het uw* «ligt is het de pligt van alle menfchen met, voor den Godsdienst bezorgd te zijn? —^ God heeft u begaaft met reden; heeft u zijn H Woord, en hierin weder de middelen, doof welken gij, met het licht zijner genade, tot de kennisfe van zijnen dienst kunt komen, genadiglijk vergund, en zoudt gij onbezorgd omtrent den Godsdienst leeven'? wij zien wel, zegt «ij, dat dit niec goed zou zijn; en leeven ook

hierom zonder Godsdienst niet! neen,

zegt deze, ik ben gedoopt, onderwezen, en

opgevoed in het geloof! —-.ik, zal een

tweede zeggen, in het —-! ik in het ——

roept eenderde 1 ik ben, zegt een vier-

de i en ik — voegt 'er een vijfde bij: — anderen zouden ons nog andere naamen van hunnen Godsdienst geeven ; doch al dikwils , om dat zij in zulk eenen gebooren en opgevoed zi;n>_ Ik wil dan toeftaan, mijne vrienden! dat gij, ten minften in uwe jeugd, in den een of anderen Godsdienst onderwezen zijt; en geloof zelfs; dat 'er al veelen onder u de behjdenisfen van den hunnen geleerd en gedaan hebben; maar is hier mede alles afgedaan ? — Is dit de geheele eerbewijzing en dienst, welken God zoo billijk van u afeischt? hebt gij de gronsfcn ea bewijzen'van uwen Godsdienst m-uwe

Sluiten