Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 96 )

ren, dat het u niet gebeuren zal ? —*- zoudt gij nu fterven , gelijk gij wenscht te fterven ?—* voor zulk eenen onverwacnten dood zal mij,

zegt gij ,hoopeik,God behoeden! maar zo

lang gij hoopen moet, zijt gij 'er onzeker van! ia, maar gij beloofde, dat die zedekundige gevolgen ons leven niet verdrietig maaken zouden. Gijleidt dan zelf , uit dit alles, voor een zedekundig gevolg af, dat gij dikwilsaan 'tonzeker uur des doods gedenken, en hier tegen eene Godsdienftige zorg hebben ; dat is, in het betrachten uwer pligten,omtrend God, omtrend uzelven en den uwen ijverig en waakzaam weezen moet ? ja, dit volgt'er zeker uit! maar zal dit dan uw leven Verdrietig maaken ? leeven zij verdrietig, die hunnen pligt betrachten ? kan 'er integendeel wel iets aangenaamer weezen, dan God de eere te geeven van al het goede; en intusfchen nederig te mogen denken, dat men zijn pligt betracht beeft? 'c is dan enkel misverftand , mijne vrienden ! zo gij denkt, dat de Godsdienftige zorg, tegen het onzeker uur des doods, uw leven verdrietig maaken zoude, neen, dan zult gij, terwijl 1 'God u zijne genade mededeelt, door het ieverig beoefenen van de kennisfe des waaren Godsdienst , van een Godsdienftig leven, de Godsdienftige opvoeding uwer kinderen, en alle deoverige pligten , welke uit het voorige, zoo gemakkelijk worden afgeleid en wel bijzonder op God, betrekking hebben , tegens het groot gevaar van eenen onzaligen dood beveiligd worden; door de gerustheid van üw geweeten vergenoegd en vrolijk leeven ; ja door Jezus, met blijdfchap Zalig fterven: want zulken, die hij vinden zal, zoo. •doende, zal de Heer, gelijk hij zelf verzekert, fielten, over al het geene hij bezit. ■

Sluiten