Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C S)3; )

EERSTE HOOFDSTUK. Over de liefde tot onze naasten.

Liefde tot iemand hebben, is hem goed willen , of alle goed toewenfchen. Als ons'

zeiven hem lief hebben , isgrondhartig willen of wenfchen , dat hij alles heeft of bekomt , war. wij óp eene redelijke wijze, ons zei ven willen of wenfchen. Dat wij nu zodanig onze naasten moeten liefhebben ,'heeft zeker geen bewijs van nooden: dewijl depligt hier toe allen zo kenbanr is , dat zij zelfs, die ze verwaarloozen , ten minden nog altijd veinzen, hunnen naasten lief te bebben,

Immers een menfchenhaatcr zal, zooveel hem mogelijk is, zijne kwaadaartigheid bedekken , en daar hij betrapt wordt, dog altoos iets, tot zijne vcrfchoöning zoeken bij te brengen. 't Volbrengen van dezen pligt is, in tegendeel, zoo loffelijk in de oogen van alle menfchen , dat ook zulken, die, onbefchaamd, met God en Godsdienst fpotten , voor het uiterlijke de weldaadigden aller menfchen zich vertoonen, en deeds hun best doen, om onder de glansrijke vertooning van menschlievenheid, alle hunne gruwelen listig te verbergen.

Onze naasten lief te hebben, mijne vrienden, is dan iets , dat van alle Zijden ons wordt aanbevolen; maar door de kennisfe van God en zijne volmaaktheden ; als ook door de openbaaring van zijnen H Wil, als een onvermijdelijken pligt, on het krachtigst wordt aangedrongen. Ja, de"

Sluiten