Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 157 )

door te drijven: maar geheel het tegendeel blijkt uit hunne fchriften , en is den Christenen menigmaal als iets fchandelijks door de Heidenen verweeten. Zie ook Hoofdft. III. § 2. en Mattb. IV. 18— 21.

Hadden de Schrijvers deezer boeken willen bedriegen , zij zouden dan die vernederende omftandigheden, welke hunnen meefter voor de grootfte veragtinge konden bloot ftellen, onder onbedachte menfchen verzweegen hebben ( d); zij zouden dan ook de fauten van zich zeiven en hunne medeftanders verzweegen hebben, welker getuigenis zij voor hun bedrog nodig hadden, en die hen wel ligt niet gefpaard, maar de leugen ontdekt zouden hebben, om hunne eigene eere te verdeedtgeni daar dit te vreezen was, wat behoefden ze dan hunne onopmerkzaamheid op Jefus wonderdaadige fpijziginge, hun gebrek in geloove om eenen elendigen te geneezen, hunne belagchelijke dwaasheid, vertoond toen jefus op zee wandelde, hun ftrafwaardigonverftand en traagheid van hart om het wonder vao Jefus opftandinge te gelooven, wat zegge ik, behoefden ze dan deeze, en nog veele ergere fauten van zich en hunne medeftanders te verhaalen (e)7

Zien wij hoe de Apostelen en Propheeten voor hunne getuigenisfen, alle haat, fmaad, vervolgingen en den dood ondergaan , en alle hunne bezittingen verlaaten moesten (ƒ), en hoe zij hiervan te vooren gewaarfchouwd wa-

(<i) Mattb. XXVI. 27. (e) Matth. XXVI. 69. 75, Luc. XXIV. 25, enz. enz.

(f) Hand. V. 40, cap. VII. 57. S8, 59> «p. VIII. 1, cap. IX. 1, 2, 23 < cap. XI. 19 , cap. XII. %. 2, cap. XXVI. 10, 11, 1 C«r. I. 23. L 5

Sluiten