Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 103 )

bleek gefchied te zijn, en daar onder Wijzen en aanzienlijken, als Lazarus en zijne Zusters (q)s Johanna, de Huisvrouwe van den Rentmeester van Herodes (f), Nicodemus en Jofeph van Arimathea (s) Apollos(ï) , Crispus («), Manahen, die te gelijk met Herodes Antipas was opgevoed (v ), de landvoogd SergiusPaulus ( ia ), de raadsheer Dionyfius, de Areopagieter genoemd, Erastus de Rentmeester van Corinthen (*), Philemon (y), enz. enz.

§. 3. Hoe wij de echtheid van een wonderwerk weeten kunnen.

Maar misfchien denkt iemand , daar zijn veele valfche wonderwerken gedaan , door welke de menfchen misleid zijn: en hoe konden dan die menfchen, hoe kunnen wij beoordeelen » of de wonderwerken van Jefus en de Apostelen daar niet onder behoorden ? Wij weeten immers alle de kragten niet, welke in de natuur zijn!

Tot antwoord dient , dat fchoon wij niet weeteu, welke kragten iemand wel heeft, wij nogthacs zeer wel kunnen weeten , welke kragten hij niet heeft; ik weet bij voorbeeld niet wat een fterk mensch al vermag; maar ik weet toch. dat hij het vermogen niet heeft , om. den Westerkerk • Toren van Amfteldam op zijn fchouder te neemen, en 'er mede heen te loopen; zo weet ik ook, dat 'er geen vermogen m de natuur is, om eenen dooden levendig,

(3) Joh. XI, Luc. X. fr) Luc. VIII. 3. (s) Joh. III. 1--7. cap. XIX. 38, 39. O) Hand. XVIII. 24. (u) Hand. XVII. 8. (*>) Hand. XIII. 1. (iu) Hand. XIII. ?. \x) Rem. XVI. 23. ) Zie den Brief aan hei».;

Sluiten