Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 170 >

Qver Exod, VII. w, 12, 22, e» VIII. 7.

Hier tegen fchijnt men eenige zwaarigheeden te kunnen inbrengen , uit de wonderlijke verrichtingen van de EgypHIfche tovenaars Exod, VII. 11, 12, 22, èn VIII. 7, Maar merk hier op, dat 'er uicdruklijk bij (Iaat, met hunne bezweeringen, volgens onze overzettinge: beeter worden die woorden door verraaderijën en verbergingen vertaald; waaruit het klaar is*, dac /fërofl eenvouwg zijnen ftaf daar nedèr wierp-; rftaar dat die Toveraars kunstgrBepen gebruikten , en, mag ik zo fpreeken, door hunne googhlaary, de zinnen bcguichelden; zo konden holle, met leJen in elkander fchuifbaare, ftckken ligt verborgen worden, gelijk men weet, dat zulke kwakzalvers zeer behendig zijn, en, daar de bedriegers der Heidenen een kunst* je hadden, om onbeleedigd (langen te behandelen, deeze in de plaats dier ftokken worden gefield ; of ook kan het geweest zijn, dat ze zich van Hangen bedienden, welken bij den (taart gehouden zich levenloos, en als ftokken vertoonden , maar nedergeworpen , hun leven deeden blijken, hoedanige in de Oosterfche landen , gevonden worden ; ook bleek hun bedrog daaruit, dat hunne (langen verflonden werden, door die, welke God van Aarons (laf geformeerd hadt; zij handelden mee lÏKJrtgelïjke kunstgreepen , toen ze hec water in bloed fcheeren te veranderen; en daar Mofes en .4a>on alle de wateren van Egypten zo veranderd hadden, konden zij het maar aan eene kleine hoeveelheid verrichcen , die uic eenen puc, gegfaaveh aan den oever der Riviere, voortVA-am: zij waren menfchen die Natuur- en Schei,

Sluiten