Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 190 )

phus, die ooggetuige van dat alles geweest is, en de befchrijving door hem gegec-ven van die droevige ellenden, koomc zo juist over een met de voorzeggingen, dac men denken zoude dat een Christen dezelve befchreeven hadc, toe bevestiging van Jefus leere en Mcsllasfchap; maar wij weeten zeeker, dac de Schrijver een Jood was, die door verbaazende beftuuringen van Gods voorzienigheid in alle diegevaaren is bewaard, om ons die verhaal te kunnen mededeelen; hij heeft een boek gefchreeven over de Joodfcbe oorlogen, waar in men dit vindt. (p).

Maar de vervulling van al de overige hier aangehaalde voorzeggingen, vindc gij in de boeken des Ouden en Nieuwen Verbonds zelve inlaateren tijd aangeftipt Qq)

(p) III Boek, 8 Hoofddeel.

(q) Matth. II. I. Job. 11, 20. Vergelijk met Jo. fephus XV. Boek. 4. Hoofdfl. Luc. IL I. cap I. 26-35. Luc. IL 1-7- Hand. X. 38- Joh. VIII. 46. Matth. XI. 6. enz. Matth. XXVI., XXVII. enz. Matth. XXVIII. Luc. XXIV. 1. Cor. XV. 2 -8. Haud. I. 9--11. Hand. II. I--36. Hand. IX. j<; cap. X. 45. cap. XI. 1, 18. cap. XIII. 46. Rom, XI. 11-25. Zie voords over de uitbreidinge van Jefus geestlijk rijk, Hoofdfl. 4. g. 2. en HoofJft. 5. g. 1, 2. En de beflendige voortduuiing van 't zelve ziet gij nog heden in alle landen, daar de Christelijke Godsdienst plaats heeft, en onder andere volkeren, daar ze, hoe zeer ook verdrukt, nog bij veelen gekend en geloofd wordt. Zie de vervulling van 't verder voorzegde. Hand. V. 4c». cap. VII. 57. 58, 59- cap. VIII. I. cap. IX. 1,2, 23. cap. XI. 19. cap. XII. I, 2. cap. XXVI. 10. 11. 1 Cor. I. 23. Matth. XXVI. 47"5o» 56, 62 tot 75. Mare. XVI. 10. Luc. XXIV. 17.

Sluiten