Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 194 )

hen , dac ze naakomelinnen ziirj van hun , d;ë uit deBabijlomfche wegvoeringe (v),naar Je~ ïufalem en Cannan Zijn wedergekeerd (w) en over welke die oordeel werdt uitgevoerd' zij zien zich bloot gefield asn den algemeenen haat en verachtinge om hun bijzonder geloofvan veele voorrechten uitgcflooren, onderhevigaan veele mishandelingen, en nogthans blij. ven zij bij hunnen voorouderlijken Godsdienst ( x ), daar hunne voorouders ten deezen amz'en zo veranderlijk waren, als uit de boeken der Richreren , Koningen , cn Chroliiken overal blijkt. Aan de oude plechtigbeeden blijven zij gehecht; en nu nog laaten zij over 't algemeen, gelijk ten tijde van Jefus, 't zwaarfte der wet nas; zie hier nog dit zelfde V olk ten blijke van Gods voorzorg in de vervullinge der voorzeggingen , ten blijke van den ouderen oorfprong des Ouden Verbonds ten blijke van hec oordeel Gods over de verwerpïnge van Jefus Christus, in 't midden van ons, en dus ter bevestiginge van degefchiedenisfen, voorzeggingen, en het Godiljk gezag van Jefus Christus, en van de gantfche Christelijke leere, zo als die in de boeken des Ö en N. Verbonds begreepen is.

(v) 2 Kon. XXV.

(iv) Ezra II. i Neh. IX. 6.

(*) Waarbij fommige eenige grillen uit hunnen laimu'1 gevoegd hebben, bevattende dezelfde overleveringen , tegen welke zig L C. in Zijne leere menigmaalen verzet heeft.

Sluiten