Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C2" )

lijk flooten en verbrijzelen. Van daar de algemeene klagten, in alle tijden en onder alle volkeren , over de moeielijkheid om waare vrindfchap op aarde aantekweeken. Van daar de teleurftellingen die wij misfchien, in gedaane keuze van vrinden, meermalen ondervonden heb-, ben. Van daar eindelijk, dat wij zeiven mogelijk dikwerf de oorzaak gegeeven hebben, dat anderen ons die vrindfchap ontrokken, dewelke wij ons onwaardig gedroegen. Zo waar het dan is: dat de getrouwen weinige zijn geworden onder de menfchen kinderen. (*) Zo waarachtig is het ook: dat de waarheid des Heercn is in eeuwigheid (t) en zijne getrouwheid van geflachie tot gejlachte. (§) Immers geene dier oorzaaken, welken bij de menfchen valscheid en trouwloosheid in derzelver vrindfchap te weeg brengen, kunnen ooit bij God plaats hebben. Hij is", uithoofde der volmaaktheid en oneindigheid van zijn verftand, zelfs boven de mogelijkheid van dwaaling of misvatting verheven: Hij kent zich zeiven, en teven$ ook alle dingen buiten Hein, in derzelver aart, werkzaamheid en gevolgen, volmaakt gelijk ze wezenlyk zijn. ■ Én gelijk het voor zijne Wijsheid onmogelijk is in eenig geval, of omtrend eenig voorwerp, immer te dwaalen, even onbekwaam is God, uit hoofde der algenoegzaamheid zijner Natuur en onveranderlijke regtheid van zijnen wil, om ooit eenig ander wezen te kunnen of te willen misleiden en tot dwaaling brengen. Hij is geen man dat Hij

(*) Pfalm XII. vs. %. (n Pfalm CXVII. vs. 2. Cp Pfalm CXIX. vs. 00.

Sluiten