Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 223 )

fcoeven: Een Vrind die dus, van zijne zijde altoos volkomen aan de groote verphgtmgen der vrindfchap voldoet; en nog daar en boven geneeen is zeer veel te verfchoonen van de zwakheden zijner menfchelijke vrinden, wanneer zij, fan hunne zijde, in veelvuldige opzichten. te kortfchieten, in de wederkeenge blijken van vri dfchap, welke Hij van hun , ten zijnen aanziene, met recht kan eisfclren. Waar vindt "en buiten Hem zulk een Vrind?.Hoe gepast was hierom de dankbaare uitroeping van een zijner vrinden op deze Aarde: Wien heb ik nevens U in den Hemel, nevens U lust mij ook niets op Aarde. Bezwijkt mijn vleesch en mijn hart, zo is God de rots/leen mijnes harte en mijn deel )n Eeuwigheid. *) ,

Want God is ook een onveranderlijk en eeu■wi-blijvend Vrind. Deze allerheerlijke eigenfchappen maaken zijne vrindfchap voor ons m den hoogden trap wenfchelijk en hegeerlijk. Eer de Bergen geboren waren en Hij de Aarde en de Waereld voorclgebragt had, ja van eeuwigheid lot eeuwigheid is Hij God. (f) Daar- ■ om wordt Hij genoctm: De Koning der Eeuwen , de onverderfelijke (§) die alleen onjlerfelükheid heeft. CO Hier door wordt de vrindfchap met hem onveranderlijk en eeuwigduurend. en verkrijgt alzo een zeer edele gedaante Want daar Jehovah een eeuwig God is, he'mint Hij zijné vrinden met eene eeuwige Liefde. Ik heb u Lief gehad met eene eeuwige Liefde, daarom heb ik u getrokken met goe-

(*) Pfalm LXXIII vs. 2.5 26. (t) Pfalm XC vs. 2. C§) 1 Tim. I vs. 17. (*) 1 Tim- 6 vs- ló'

Sluiten