Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 238 )

Gij alle, mijne waardfte lezers! zijt reeds, zo ik hartgrondig wensch, vrinden van God,

■ vrinden van den besten en liefderijklteu

Vader, die genegen en in ftaat is, aan

alle uwe redelijke begeerten en behoeften te voldoen, en u in tijd en in eeuwigheid gelukkig te maaken. Als zodanige wensch ik 11 hartelijk geluk met uwen gezegenden toeltand: Gij hebt het beste deel ver koor en ; (*) de Jnoeren zijn u in liejfelijke plaatzen gevallen, (f) Waare eer, rust, vreede en zaligheid , wanten u in het toekomende. In de fchuilplaatfe des Allerhoogjlen gezeten zijnde, zult gij veilig onder de vleugelen des Almagtigen vernachten. (% ) Nicmant zal u uit zijne hand rukken. i\) Met U, gezegende des Heeren , behoeven wij alteenig te handelen over de voortzetting en aankweeking dezer voortreffelijke vrindfchap , waar door gij meer en meer uwe natuur kunt veredelen en volmaken, en in derzelver genieting (leeds gelukkiger worden.

Doch terwijl het niet onmogelijk is, dat ook dit boek in handen valt en geleezen wordt, van den een of anderen min gelukkigen natuurgenoot, die door het hier vooren verhandelde

qf wel door eenige andere oorzaak, want

de Almagtige Vader der geesten geeft verfcbillende. wenken aan hun, die Hij tot zijn koninkrijk wil trekken, tot nadenken over

zijnen, inwendigen toeftand gebragt is, en, daar hij zich ongelukkig bevindt onder het ramp»

(*; Luc. X vs. 42. CtJ Pfalm XVI vs. 6. (8) Pfalm XCI vs 1. (*) Joan. X vs. 28.

Sluiten