Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 243 )

Wij ons ook zullen toejuichen over onze bö» gingen orrr dezelve te verkrijgen. Dit is hei eeuwige leven, zegt Jefus Christus, dat zij u kennen den eenigen en waarachligen God en Jefus Christus, dien gij gezonden hebt (*). ün ichoon de menfchen nimmer den volmaakt zaligen God, met hunne bepaalde vermogens, kunnen bevatten, als zijnde Hij, boven alle hunne begrippen en verbeelding, oneindig groot en verheeven; zo heeft het Hem echter genadig behaagd, in zijne werken en openbaringen , zich aan de nafpooringen zijner verftand'ige fchepfelen zodanig te vertoonen, als ge. noegzaam is, om hen met de verhevenfte ge. voelens zijner volmaaktheden en deugden te vervullen, en hunne redelijke vermogens door de aanhoudende befchouwing en overdenking van dezelve, langs hoe meer uit te breiden, te verëdelen en te volmaaken.

De vrind van God tragt derhalven zijne kundigheden ten dezen aanzien, zo veel in zijn vermogen is, te vermeerderen. Hij zoekt zijnen hemelfchen vrind in de werken der natuur, — der Voorzienigheid, — en der Openbaring. Overal vindt hij Hem met een majesteit en magt, met een wijsheid en goedheid, die zijn geheele ziel met eerbied, liefde en vertrouwen te Hemwaarts vervult: want het. is een onderfcheidend kenmerk van hun, die tot de goddelijke vrindfchap worden toegelaten, dat zij, vernieuwd zijnde naar Gods beeld, ook vernieuwd zijn in kennis; niet alleen in kennis der waarheid in 't algemeen, maar wel bijzonderlijk in de kennis van God, de bron en oorfprong der waarheid.

(*) Joh. XVII vs. 3-

R

Sluiten