Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derzelver hoog geftamde hoornen eii laage üruikeneli planten, de bloemen, met alle haare iiltgelezene fehooiiheden, en de verfcheideue lborten Van kruiden en graanen; — wanneer zij hunne oogen wenden naar die tallooze gedierten, die leeven en zich rondom hen beweegen, de vogelen der lucht en de beesten des velds, waar van zommigen door hunne fchoonheid, andere door hunne Merkte en moed, gene door hunne vlugheid, en alle door bunlie ingeichapen natuurdriften en zintuigen de hoogfte opmerking verdienen: en die overal bekwaam voedzel en woning voor zich aantreffen en bereid vinden, waardoor zijzelve gelukkig zijn, terwijl zij in veelvuldige opzichten tot gemak, verkwikking en onderhouding van het meufchelijit leven verftrekken; wanneer zij onderzoeken naar de fchatten die onder de oppervlakte der aarde verborgen daar uit ten nutte der menfchelijke zamenieving gezogt en gevonden worden, gelijk de edele gelteenten, het blinkend goud en zilver, en de andere niet minder nuttige metaalen en delfftoffen; — wanneer zij, eindelijk, als de duisterheid des nachts de fchoonheid der fchepping fchijnt te bedekken, althans een kleed te verfpreiden over de aarde, — een nieuw en niet ïliin luisterrijk tooncel van wonderen voor hunne oogen zien verfchijnen, en het hun vergund wordt de groote werken des Almachtigen te aanfehouwen, de maan in vollen luister blinkende en eene meem'gte van Herren aan het uitfpanfel flikkerende, die door derzelver verbazenden afftand zich als kleine flippen vertoonen, doch echter, volgens alle wantfchijnlijkheid en het overeenfremmend gevoelen der beR 2

Sluiten