Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 273 )

AGTSTE HOOFDDEEL.

Vrindfchap met God van *s menfchen zijde 9 of overweegingen , hoedanig dezelve door hun moet beoefend en aangekweekt worden i zij tragten God welbehagelijk te dienen, door de volmaaktheid en het geluk hunner medefchepfelen , zo veel in hun vermogen is, te bevorderen.

De vrind van God in die gefteldheid van ziel, zo als wij hem in eenige voorgaande afdeelingeu befchouwd hebben , zal zich thans aan onze opmerking vertooncn in dat CharaSter, tot welk hij nu indedaad de gefchikthcid heeft, in welke hij op de uitneemenfte wijze zijnen hemelfchen Vrind welbehagelijk dient, en waar door hij betoont een regtfehaapen Discipel te zijn van den Zaligmaker der menfchen. Wij zullen hem, uit vrindfchap voor de Godheid, bezig zien ten nutte van haare fchepfelen op

3aDe menfehenvrind is geheel bezield met een goedaartige begeerte, om , in zijne betrekking jegens allen; om, zo dikwerf hij kan, door het gebruik der bekwaamheden en goederen die hem zijn aanvertrouwd, Gods plaats op aarde te bekleeden, en het geluk van anderen even zo emftig als van zich zeiven te behartigen. Vol van eerbied en dankbaarheid jegens zijnen hemelfchen Vrind, wenscht hij, dat alle zijne fchepfelen met de daad zo gelukkig mogen weezen , als zij het naar hunne verordening kon-

Sluiten