Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wreede teleurflellingen die zij, wier deel in dit leven is, bij hun fterven ondervinden, gaan hem in 't minlte niet aan : zijn fchat is in den hemel. Het fmertelijke des doods, veroorzaakt door de fcheiding van alle onze vrinden op aarde, wordt voor hem aanmerkelijk verzagt, door de bedenking, dat zijne waardigfte verbindtenis nu voor hem fterker,volkomener en zaliger zal worden. De voornaame prikkel

des doods heeft Jefus voor hem te niet gedaan :

Hij gaat naar God zijn vrind van

wien hij niets onvrindelijks heeft te vreezen. Met hem leefde hij reeds in vrindelijke geraeenfchap, terwijl 'er nog een wijden afftand tusfchen beiden was. Nu roept Gods boode hem om nader bij te komen, op dat de vrindfchap, met oneindig grooter voordeel aan 's menfchen zijde, zou kunnen voortgezet worden in alle eeuwigheid.

Want Jezus Christus heeft voor de vrinden van God niet alleen den dood te niet gedaan, maar ook het leven en de onvcrderflijkheid, aan het licht gebragl (*).

ó Eeuwigheid! onfterflijk! toekomend gelukkig leven! ■ welke bekoorlijke denkbeelden verfchaft Gij aan de fchilderende verbeelding des menfcfielijken vernufts. Van alle tijden waard Gij, voor de bedachtzaamen en verftandigen onder de menfchen, beminnelijke voorwerpen van hunne verwagtingen: doch omhangen met een fluijer, die uwe waare gedaante voor hunne opmerkingen verbergde, fchetften zij uwe beeldtenisfen , naar hunne verJTchillende denkwijzen, geaartheden en zeden.

(*) 2 Tim. I vs. 10.

Sluiten