Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 293 )

moet gij verftaan, eene allerkrachtigfte redengeving dat de Ouders verplicht zijn, hunne kinderen zo ep te voeden ; en eene allerkrachtigfte opwekking, dat de Ouders toch naar die verpligting luisteren zouden.

Legt nu her boekjen niet weg, voor dat gij iet, van het volgend hoofdftukjen gelezen zult hebben, want daar in heb ik die redengeving, dat Ouders waarlijk onder die verpligting zijn, verhandeld, en ook de opwekkingen om toch die verpligtiag te gehoorzaamen.

EEPvSTE HOOFDSTUK.

Over die krachtigfle drangredenen, naar , welken gevraagd wordt.

Eerfte drangreden. §■ I.

J-Jzgt mij eens, Vader en Moeder ! wat is u het t'ierbaarfte naast uw eigen leven op aarde?

Als gij een braaf mensch zijt, of als gij maar neiging hebt, als een ander mensch, dan hebt gij geene geleerdheid nodig, om deze vraag, die ik daar doe, te beandwoorden; dan behoeft gij 'er niet eens op te denken.

O Moeder! als uwe lieve kleine zuigeling aan uwe borst ligt; als het u vriendelijk toelacht; als het in uwen fchoot ligt tefparteleu; wie op de waereld hebt gij dan liever, dan di' kind? Vader! als uwe kleine u zo harttüjic toe. V 3

Sluiten