Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 341 )

ti'jds, al is men zelfs reeds wel gezind, door verwaarloozing den Burgerftaat veel nadeels, in plaats van nuttigheid, aanbrengt.

Befluit van dit Hoofddeel.

Gij zijt moede van het leezen, wed ik, en hoe zal het dan zijn, in het nakomen van het geen gij geleezen hebt?

Ja, antwoordt gij, dat weet ik niet; want niet alleen zal 'er eene onbedenkelijke moeite aan vast zijn, om dat alles zo te doen; maar ik voorzie, dat al de pret die wij anders met onze jongens hebben, nu een einde zal moeten nemen.

Hoe begrijpt gij dat laatfte toch?

'Wel aan! na uw zeggen, moeten wij de ondeugd uit de kinderen zoetten te krijgen, en daarom, als wij maar iets zien, dat naar een beetjen gaauwdieverij gelijkt, moe dat aanftonds beltraft worden, in plaats van met de kinderen eens vrolijk op, te trekken , zal men altijd als een Dominé, heb ik al eens gezegd, met de kinderen moeten leeven, en zo voords •- en waarlijk , al hebt gij het grootfte gelijk van de waereld, ik heb 'er toch niet te bestig zin aan : bij voorbeeld, ik heb een lieven jongen, dat is een regt platjen, en de gaauwdieverij kijkt hem ten oogen uit; als ik nu dien jongen zijne kleine ftreeken niet mogt toegeeven, dan zal ik een groot plaifier moeten misfen,en zo is het in het overige, gij begrijpt wel, wat ik zeggen wil.

Ja zeeker begrijp ik u wel, en dus is het Z 3

Sluiten