Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 343 )

Ja maar, men wil toch ook wel eens lachgen , en kortswijlen met kinderen, en is het goed. en nodig, dat men dat naalaat, het valt evenwel niet plaifierig!

Dat moet ik ook zeggen , maar tot uw troost mijn goede vrienden, gij moogt blijven lachgen en kortswijlen, gij moogt, als gij moede van werken zijt, met uwe kinderen follen, gij moogt met hun fpeelen, ravotten, en uw hart ter deeg opnaaien: ja gij moet het zelfs doen.

Wel hoe kan dat overééngebragt worden, met eene zo verftandige en godvruchtige op» voeding, als gij ons hebt voorgefchreven ? wel zeer gemakkelijk ! het zijn immers kinderen dien gij opbrengt? wel ja! wel nu, kinderen moeten fpeelen, vrolijk zijn, al fpeelende leeren ! vat gij dit nog niet! nu in

het volgende Hoofdftuk zult gij daar meer licht in krijgen.

Nu eindig ik weder deze afdeeling, en zo ook het Hoofdflulw

Lieve Ouders! leest, herleest, en herdenkt dit Hoofdftuk weder!

Braaf, dat is, verftandig en godvruchtig , moeten uwe kinderen voor den Burgerftaat, en voor den Hemel worden opgeleid.

En bij alles, wat ik gezegd hebbe; weetik, dat, zo gij maar enigzins zelve'een goed mensch zijt, dat uw eigen hart zal zeggen :

Och ja! dat is het beste *t geen ik mijn kind kan mede geven, ik kan mijne liefde niet beter toonen, dan daar mede.

Z 4

Sluiten