Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 403 )

S. 4°.

Gramfloorigheid.

Ziet gi', dat uw kind van eenen gramftoorigen aart is, vraag het bij eiken vlaag van gramichap, of het nu vermaak heeft, en waarom het dan zo opftuift ; toon het de kwaade gevolgen van grainfchap aan, als vloeken, fchelden, vegten, moord, beroerte, en een fchielijke dood in die zonde : laat het zijn vergramd aangezicht eens in een fpiegel zien, en vraag, of het 'er nu wel uit ziet; bedwing het op de wijze, §. 37. opgegeeven, en fcbeidt het eens eenige weeken van aile gezelfchap af, met te zeggen , dat zulke menfchen onverdraaglijk zijn voor anderen; gij zult wel eenige goede reden tegen deze verkeerde geaartheid kunnen bij brengen, als, uit Gods goedheid .rechtvaerdigheid, uws kinds eigen gezondheid, enz. als uw kind reeds vatbaar is voor reden; dan, best is het, dat gij vroeg, door uw gezag alleen, als het kind nog zeer jong is, deze geaartheid tegengaat. Wees zo dwaas niet, dat gij u zoudt verbeelden, dat men het temperament niet beteugelen kan; de ondervinding van alle tijden leert het tegendeel.

§• 41.

Vreesachtigheid*

Is uw kind bang, vreesachtig voor dingen die aan het zelve geen naadeel doen kunnen, gewen het langzaam aan die dingen: maar ik zegge langzaam, vooral langzaam, breng het

Sluiten