Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 419 3

5 S2«

Wantrouwen.

Wantrouwen, dat bij veele kinderen gevonden wordt, waar door ze op niemand durven afgaan, ook in geringe dingen, altijd meenen te kort gedaan te zijn, of vreezen te kort gedaan te zullen worden, moet wel onderzogt worden, In derzelver oorfprong; misfchien is uw kind dikwijls, of t'eenigertijd verfchrikkelijk bedroogen; indien dit het geval is, kan uw kind niet genezen worden, dan door goede redenkavelingen, het leezen en hooren van tegenge» ftelde voorbeeldenden eene langduurigeondervinding van goeden trouw in allen , die met het zelve omgaan: maar is dit wantrouwen als een natuurlijk zwak in uw kind, laat het dan ondervinden, hoe de wantrouwige zelve niet te betrouwen is, behandel het, als onder §. 51» gezegd is, en zeg hem, dat gij zulks doen moet, om dat de waard is gelijk hij zijnj gasten betrouwt.

S. SiOntrouw omtrent toezeggingen.

Op dezelfde wijze moet de ontrouw, in het vervullen der beloften, afgeleerd worden, zie ook §. 50., en daar door zult gij tevens het ligtvaerdig beloven in uw kind tegengaan ; ter. wijl gij dit hem verder kunt afkeren,doorhem altijd te doen betaalen en volbrengen, het geen hij belooft.

Ee a

Sluiten