Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 462 )

die leere eerst aan heur eigen kuis Godzaligheid

oefenen. ' En in de daad, het is eene ver-

baazende verachting van God , als men op den duur zo veele duidelijke geboden verwaarloost, dit is immers zijn oppergezag en zijne fechtvaerdigheid te verlochenen ? daar door verfmaadt gij het gene," hij ten dezen aanzien tot onze leeringe heeft doen aanteekenen: als, dat een Timotheus van jongs af, de H. Schriften geweten hebbende, die hem wijs konden maaken tot zaligheid, a Tim. 111: 15. ook daarnaa in hem woonde het geloove, V welk eerst gewoond hadt in zijne Grootmoeder Lois, en in zijne Moeder Eunice , 2 Tim. I: 5. ziet dit ook van Qbadja, iKon: XVIII; 12. En 't fchijnt, dat God hier omtrent, bijzonder den arbeid van Godvruchtige Moeders zegenen wil, die doorgaands eene bijzondere inneemenheid, en den kinderen zeer wel bevallende , tederheid bezitten . gefchikt om hunne harten al vroeg tot den Godsdienst over te buigen. Denkt hier ook aan Jobs voorbeeld, Job I; 5, 't welk daar tot zijnen uitmuntenden lof ftaat aangeteekend, en hoe' magtig de Heere hem in zijn laatften tijd zegende , Job LU. Veracht gij Gods woord, en daarin God zeiven en zijne bedreigingen niet, als gij toont u de gevolgen

van en Gods gedugt oordeel over de

flegte opvoedinge, welke EU aan zijne kinderen gegeeven hadt, niet ter harte te neemen? immers door die kwaade opvoedinge , pleegden zijne zoonen allerleie ongerechtigheeden , en deeden Israël zondigen, 1 Sam. II: 12 — 17, 22, 24, waren hunnen vader tot groot verdriet, vers 22 — 25, en kwam her gantfcha geflacht van Eli, door eene geweldige dood

Sluiten