Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 476 )

God of menlcnen te durven beklaagen, overtuigd zijnde van eigen fchuld en pligt-verzuim.

Het zal u eene zielgrievende fmartzij'n, als gij door al uw flaaven, zwoegen en zweeten , eenig goed tegen den ouden dag vergaderd hebbende , het zelve moet uittellen, om uwe kinderen van de vervolgingen van gerechtshandhaavers of fchuldeifchers te bevrijden,om de traanen langs een , door ouderdom gerimpeld , aangezicht te zien rollen, eenen grijsaart te hooren zeggen, onder een hart grievend wee! en ach\ Mijne kinderen zullen mijne graauwe hai* ,, ren met droefheid ten gr ave doen daalen, p) ,, door hun ben ik in alle kwaad geraakt; mijne „ vermagerde kaaken, mijne gefcheurde klee„ deren, mijn ledige disch, mijne hongerige „ ingewanden, het teeringkoortsjen door mijne „ leden, de fchande en vloek van mijn gedacht, „ dit alles hebbe i't alleen aan mijne kinderen,

die de blijdfchap mijner jeugd, en de troost „ van mijnen ouderdom hadden kunnen zijn , ,, te danken: maar, ó wee mijl wat zeggeik,

neen ik zelf, die hen niet behoorlijk geleid ,

opgevoed en bedraft hebbe, ik zelf ben de ,, oorzaak van alle mijne fmanen; en dat daar „ ik door vriendelijke menfchen, erndig ver» ,, maand ben, en onder deezen door Leeraars

zo erndig in den naam van Jefus gebeden , „ ik zoude mij toch de deugd en goede zeden „ mijner kinderen erndig ter harte neemen : „ maar nu helaas! nu is het voor eeuwig te ,, laat, ik zelf en zij, zijn nu ellendigenbe„ dorven , en dit hebbe ik alleen veroorzaakt,

die even goed, ja onder veel minder moeie«

(p) Gen, XLII: 38.

Sluiten