Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 20 )

't in ons vermogen is , andere menfchen nuttigen , en hun voordeeligfn arbeid verfchaff n. Veele werkbaazen en 'fakrikeurs doen hier cenen onbegrijpelijken dienst aan den burgerHaat; en zoo gij, mijn Waarde Lcezers.' onder zulk eenen uwen kost wint, hebt gij veel reden om hoogachting voor hem te hebben.

Dan hier uit volgen ook zeer veele ardere verplichtingen voor eiken burger van wat ftand ook, als bij voorbeeld, het geeven van aalmoesfen aan de waare armen, als men wat beeft, en onze huishouding het toelaat. Die armen zijn toch ook in den burgerftaat, om dezelven, daar wij kunnen, te helpen, en van dezelven hu'pe te ontvangen; zij hebben met ons dezelfde behoeftens, en zijn van één bloed met ons . en daarom moet men ze gaarne en met vriendelijkheid geeven, vooral aan zieken en ouden, en hier in moeten wij zoo verre gaan , dat wij, 't geene wij volftrekt nodig hebben, liever zouden willen afftaan, dan een mensch door gebrek te zien omkomen.

In plaatfen, waar in de armen door hunner handen werk kunnen onderhouden worden, mag men het echter eerder voor een misdaad dan plicht houden , dat men de gemeene bedelaars door het geeven van kleine giften in een lui leven doet voordgaan.

Uitmuntend voorbeeld deezer deelneeming.

Wij moeten verdrukte ellendigen met alle mogelijke middelen, zorg en raad te hulp komen, en nooit deelneemen, om zulke ellendigen mede voor een wrijfpaal te houden. Ik

Sluiten