Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 30 )

mensch kan men noch eenig ambt, noch goede* ren, noch werk toe vertrouwen. Ook mag men zijne bezittingen tegen onrechtvaerdige men4 fchen in "t gerecht verdedigen. Evenwel beweere ik, dat men alle pleitzaaken moet vermijden , zoo lang men kan, al moest men daar ook iets bij lijden; want hoe verdrietig is de langduurigheid en vitterijen; hoe groot het gevaar , en de kostbaarheid; hoe lastig de zielskwellingen en vijandfchappen der rechtgedin. gen, en al het geene hier tegen niet kan opweegen , moet nooit een onderwerp of reden van pleitgedingen zijn; dus moet men nooit om een beuzeling pleiten, en ook niet zonder goed vooruitzicht, of ook niet, als dezaaken anders kunnen vereffend worden; allegefchillen , en daar onder de pleitzaaken, maaken eene verdeeldheid tusfchen de menfchen ; en hoe beter wij met eikanderen vereenigd zijn , hoe meer dienst wij eikanderen kunnen en willen doen, en hoe aaugenaamer ons en anderen de famenleeving is.

Tegen liet overdraagen eens anders woorden.

Het overdraagen van eens anders woorden aan eenen derden , dien dezelve kunnen aangaan , is dik wils zeer nadeelig en ffrijdig tegen het genoegen van onze medeburgers; daarom moeten wij het vermijden , ten zij men ziet dat iemand , waar op wij eenige betrekking hebben > wordt ten toon gefield, en hij zulks door verbetering van zijn gedrag kan wegncemen; of ook , ten zij wij door het bekend maaken van eenig nadeelig ontwerp, 'c welk

Sluiten