Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 87 )

naasten. Ach! dat de daagelijkfche ondervinding hier niet voor mij getuigde! Hoe gereed is men doorgaans met zijne weigering! wat al aanbeveelingen heeft men noodig, om in de gunste der aanzienelijken te geraaken, en die genietende , wat al omzichtigheid wordt 'er vereischt om dezelve niet te verliezen. Hoe dikwils zien we ons in onze verwagting, die op de toezegging van anderen gegrond was, te leur gefield!

Ik weet het, veele rijke en magtige deezer aarde, breeken den armen hun brood, en onttrekken den noodlijdenden hunne hulpe niet: maar ik weet ook, ter befchaaming van meenig aanzienelijken en rijken , dat zij geen waar befef van nooddruftigheid hebben, dat zij doof zijn voor de ftemme des klaagers, onaandoenlijk voor hun geween. Wat al kragt van welïpreekendheid moet 'er aangewend worden, om een karigen tot een milden geever te vormen. Hadden zij, die door den Opperbeftuurer van dit ondermaanfche^rijk met tijdelijke middelen zijn gezegend,, of'zij die in andere opzigten door de milde hand van God boven anderen hunner medemenfchen , zijn bcweldaadigd, recht befef van den zegen, dien zij genieten , hoe moeft hen dit tot welda'adigheid, tot menschlievendheid aanfpooren. Alle menfchen toch ziju kinderen van denzelfden vader, alle onder het oog van dezelfde voorzienigheid, alle geroepen tot dezelfde zaligheid. Tijdelijk heil is geen wezenlijk heil, want het is kortftondig, wij hebben het niet langer, dan voor dit leeven: rijken en armen worden naden dood aan dezelfde verrotting overgegeeven: die het' 4

Sluiten