Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 93')

het leeven onaangenaam maake , zijn ijver om wel te doen word niet verdoofd. Hij bejammert hetbooze menschdöm, maar hij wreekt zich niet, zijne eer rust op zijn deugd, en daar mede wagt hij den dag der algemeene vergelding geduldig en gelaaten af.

De oprechte, de braave man heeft eene vastheid van charatfer. Terwijl hem de verkeerdheden dezes levens grieven, en onedele voorbeelden hem bedroeven, zijn de infpraaken van zijn geweeten, het zui ver licht der reden, de hoop op eene Albeftuurende Voorzienigheid, het woord van den levenden God; de voorbeelden van tal* looze eerwaardigen, die hunne oprechtheid handhaafden en getrouw bleeven. Deeze alle zijn zo veele lichten, die het fchemerlicht der onedelen geheel uitblusfchen, of als herauten, die geduurig nieuwen moed tot ftandvastigheid inboezemen.

Vergun mij, ieezer! u een voorbeeld van gemisbruikte oprechtheid te fchetfen: de Heer van zeker dorp had een ambt te begeeven. De arme Wouter had dit gaarne voor zijnen zoon» aan wiens opvoeding hij naar zijn vermogen veel had te koste gelegd, om daar door t' eeniger tijd zijn geluk te bevorderen, zelve durft hij zich bij den landheer niet vervoegen, hij draagt deezen last dus eenen anderen op, die hem van zijne oprechtheid en voorfpraak verzekert; dan, in plaats van aan deeze belofte getrouw te zijn, vraagt hij, die een man zonder kinderen was, en die boven dien het brood in overvloed had, het opengevallen ambt voor zich zei ven en verkrijgt het, en de arme Wouter, een man met agt kinderen, beklaagt zich te laat zijner openhartigheid: hij waande eenea

Sluiten