Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 109 )

roofd ziet, is het eene lofwaardige daad, dat de landheer hem een jaar huur fcheukt, en hem dus den tijd geeft, om zijne fchade te herwinnen : maar is de weldaadigheld niet grooter, wanneer een landman, zich van alles berooft! ziende en van elk verftooten, zijnen mede-landman edelmoedig genoeg vindt, om zijnen verachten enverftnaaden gebuur met zijn geheel gezin tot zich te neemen, hem zijne wooning ten herberg, hem fpijs en drank te geeven ? Hoe verre overtreft de laatfte werkzaame liefde, de eerfte.J wat lijdt een fchatrijk landheer bij een jaar huur te mitfen, daar een arme landman zich, zonder eenig uitzicht op belooning of vergelding, de nooddruftigen ontfermtl ja! goeddoende landgenooten, uwe lofwaardige daaden komen niet minder in aanmerking, dan die van de eerfte aanzienlijken des lands. Ja !gij kunt in de gelegenheid zijn, om in edelmoedigheid uwe rijkere natuurgenooten te overtreffen. Gij kunt bewijzen, werkdaadige bewijzen van uwe deugdzaamheid, van uwe braafheid, ook in den kleenen kring, waar in ge u gefteld vindt, aan den dag leggen, 't moet u in de beoefening derzelven dan niet te rugge houden, dat zij zoo breed niet worden uitgemeecen, dan die van de magtigên der aarde! neen! het volbrengen van uwen plicht en de pooging, om door edele daaden de Godheid hoe lange hoe nader te komen, gaat de loffpraak eener geheele waereld verre te boven.

Wie dan den naam van een braaf man wil waardig zijn, zij werkzaam om het geluk zijns mèdcnmensch, au veel in hem is, te bevorderen!

Sluiten