Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C n )

tielijke Voorzienigheid, en wie hier aan most twijfelen, vestige Hechts een aandachtig oogon den toeftand van zichzelven en zijnen naasten' en hij zal zich ras overtuigen, dat niet een bloot toeval hem tot dien ftand heeft'gebragt, waarin hij zich bevindt: maar dat 'erverfcheiden wegen en omltandigheden hebben faamgeJoopen, om hem tot dat middel van zijn beftaau te leiden, het welk hij tegenwoordig geniet: en, gelijk het met hem is, alzo is het ook met duizenden. —

Indien 'er geene Albefhiurende Voorzienigheid ware, hoe komt het dan, dat men reeds bij de aankomende Jeugd enJonglingfchap een onuitbhisbren trek tot deezen of geenen tak van kunde of handwerk befpeurt, die zo zii wordt aangekweekt, als het ?aad is aan'temerken, waar uit ten bekwaamen tijde gewenschte vrugren voordfnruiten ? Hoe weinig gelegenheid heeft de Handwerksman, en hoe min betaamt het hem , om zijnen zoon de opvoeding eenes geleerden te geeven ; en echter, hoe dikwils hebben ouders, uit den laagen burgerHand, hunne zoonen, tot het eerwaardige van alle ambten, ik meen de bediening des Euangehums, zien verheven worden ? Maar men keere dit om, en volgé den trek niet in, die men in den joncelmg befpeurt, bij voorbeeld ■ de zoon eens Koperfljagers wil geen koperflaager, maar een Zeeman, of een geleerde worden, terwijl de Vader de heerfchendeneiging des zoons, met. al zijn vermogen en gezach, te keer gaat; wat woidt er dan van zulk een zoon? recht uit gezegd, meirmoge hem tot 'svaders ambagt dwingen, hij ?al 'er geene vordering in maaken, noch 'er infterven. ~-

Sluiten