Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 13 3

Indien 'er geene Albefluurende Voorzienigheid ware, hoe komt het dan, dat 'er onder de Handwerkslieden, zoo veele verfchillende neigingen zijn ? dat 'er, bij Voorbeeld, geen gebrek aan ijzer-en goudfmeden ,en geene buitengewoone overtolligheid aan zilverfmeden en diamantzetters is? hoe komt het, dat men in alle ambagten, over het algemeen genomen geene fchraalheid of te veelheid van werklieden vindt, en elk op zijne wijze het brood der eere, naa gedaanen arbeid,kan eeten ? wie wekt den lust tot dit of dat beroep in deezen en geenen op , en geeft hem kragten, om zijne keuze te volvoeren? is dit alles Hechts bij toeval?

Mij dunkt, waarde Leezer! gij gelooft nel vens mij, dat alles van de Goddelijke Voorzienigheid afhangt, en dat zij werkzaam kan zijn in de bevordering van onze tijdelijke belangen; en is dit zoo, welke pligt van getrouwheid in uwen arbeid hebt gtj dan jegens God waar te neemen ? mij dunkt uw andwoord is gereed: (landvasiig en onbezweeken te zijn in dien post, waarin gij u gefield ziet.

Zoud gij met grond op den zegen des Heeren kunnen hoopen, Wanneer gij, na net opvolgen van uwe vrije keuzfc, u tot een zekerén arbeid had bepaald, en * bij uwe keuze, dert naam des Heeren had aangeroepen, en gij evenwel , om de eene of andere nietige reden ' dien ar-i beid liet vaaren , en u tot een' anderen overgaaft; en* indien u daar wederom onaangenaam^ beden ontmoetten, uwe keuze zich dan weder tot een derde foon van arbeid bepaalde; zoud gij* bij zulk of fonngelijk gedrag, grond Waanen te hebben, om te kunnen verwagten* dat God u als 't wpre met den zegen naaliep ?

A 5 neen*

Sluiten