Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 53 )

dat indien uw naam gedeeltelijk of geheel in de zo evengemelde optelling van cntivuvrheden gefpeld wordt, gij zo fitafhaar zijt, als de openbare fteeler; of is de dieverij door list verfchonelijker, dan die door geweld gefchiedt? zou de openbare dief in uw plaats zijnde, wel een dief zijn? de gevallen leeren best, wie men is; dit zal ik u door een voorbeeld ophelderen : een knegt boodt zijnen dienst aan zekeren Heer , en deze vroeg hem, onder anderen, of hij trouw was? de knegt andwoorde , dit niet te weeten, hij zeide, nog nimmer in de beproeving geweest te zijn, om ontrouw te kunnen worden. Dit andvvoord beviel den Heer; de knegt kwam in zijnen dienst, en de Heer befpeurde geen ontrouw in hem. Na eenige maanden , tot wederzijds genoegen, met elkander verkeerd te hebben, werdt de Heer onverwagtS van zijn Comptoir geroepen, juist toen hij bezig was, om duka» ten te tellen. H'j ging naar btnedtn, en geheel vergetende, wat hij onder handen hadt, beveelt hij zijn knegt, een zeker boek van het Comptoir te halen; deze daar komende ziet een gantfchen berg van dukaten; nimmer hadt hij 'er zó veel bij een gezien, hoe lagchen zij hem aan', zijn begeerte wordt gaande 1 hij grijpt toe , en met een roept de (tem van zijn geweten: ,, dit is het uwe niet, dit moogt gij niet aanraaken ," hij deinst te rug, bevende en ontroerd vliegt hij tot zijnen onvoorzichtigen meester en zegt: ,, voorheen vroegt gij mij, of ik trouw ware, en ik wist het niet: maar nu hebt gij mij in de gelegenheid gebragt, om ontrouw te kunnen worden; maar ik ben, God dank! (laande gebleven!

D 3 (c)

Sluiten