Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 260 )

EERSTE HOOFDSTUK,

Behelzende een korte fchets van het Joel der Maatfehappij.

ïndien 't mijn oogmerk ware om een lofreden over liet doel dezer Maatfehappij te fchrijven , zouden 'er mooglijk weinig onderwerpen zijn, die zo veel ftofs tot waare loffpraak opleveren ,• dan , dit zoude van onze zwakke kragten te veel gevergd weezen , en ons te ver van ons voorgeftelde oogmerk verwijderen. Ik zal daarom flegts een korte fchets van het doel der Maatfehappij voorftellen; met oogmerk 0111 u het zelve te doen kennen. Zo lang gij deze Maatfehappij flegts bij naam kendet, waren bij u geene drangredenen, om Leden van dezelve te worden, en in zo verre hebt gij als verftandige mannen gehandeld. Dan, daar ik u tot Leden van dezelve wensch nantemoedigen, moet ik u het doel der Maat. fchappij doen kennen, en hier in zal ik, om gezegde redenen , kort zijn.

Deze Maatfehappij kent, en erkent, eenen '.vaaren Mcnfchenvriend voor haaren oprigter. Hij „ geheel doordrongen van gevoel voor den welftand zijnes naasten, zag, meteen beklemd hart, gloeijende van liefde, de onkunde en zedeloosheid, van veelen onder de minvermogenden onzer landgenooten. En daar deze aandoeningen , hoe edel en ieder Christen betaamende, zonder daadvaardigheid, toch nutloos zijn; floeg hij zeive handen aan het werk, om

den

Sluiten