Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 290 )

fce ouders het natuurlijk leven, maar van ü kunnen zij, behooren zij meer dan het leven te ontvangen. Het leven in onkunde en zedeloosheid doorgebragt, verdient geen leven genoemd te worden. Het waare leven beftaat in het kennen en betragten onzer pligten. En wie is meer iii de gelegenheid om deze kennis te doen gebooren worden, en in werking te brengen, dan Gij? Wanneer wij in Jaaren zijn toegenomen, valt alle leering ons doorgaands zwaar en rooeiè'lijk, jonge takjens zijn zonder moeite te buigen, na den wil des hoveniers: maar zo gaat het niet met dikke ftammen. En gij, Mijne Heeren! hebt de lenige telgjens in handen, gij kunt ze na uw welgevallen leiden en doen wasfen, en in die betrekking, moet ik het nog eens herhaalen? kunt gij zuilen der Maatfehappij worden. Indien gij u vanuwe verpligting kwijt, hoegrootsch, hoe edel is dan uw roem! behoeft gij eenige aanfpoorlng daar toe, Haat dan uwé oogen van opmerkzaamheid, op eenen fterkgefpierden arbeider die, als 't ware, zonder God en Godsdienst, vaak erger dan het redenlooze vee , onbezonnen, heenen leeft, zonder op dood of eeuwigheid te denken, die geene behoorelijke fchikking in zijn huis of in de opvoeding zijner kinderen betragt, die zijn'sgelijken verbittert, en zig het ongenoegen zijner meerderen op den hals haalt, lïefchouwt zulk eenen, en gevoelt dan of uw hart niet krimpe, op de gedagten dat zulk een gedrag oorfpron^ lijk is, uit de verbasterde natuur, en dat een befchaafde opvoeding, dezen ruwen man mooglijk tot een' vereerer van God en zijnen dienst, en

tot

Sluiten