Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 DE AANKOMST DER

XII. ?9 geen reden tot achterdocht!" Zo beveelt denk. Hij hen wat zij doen moesten. O wonder! zij moesten dezen Nazarener, hoe gering ook in hunne oogen, gehoorzaamcn, zo als de uitkomst toonde.

En hier in handelde Hij als de getrouwe Herder en opziender zijner Kudde; want Hij deed dit, op dat het woord vervuld zou worden, dat Hij gezegd had, uit de geenen die gij mij gegeeven hebt, en hebbe ik niemand verloren (*). Men kan , fchoon daar wel allermeest op de behoudenis der ziele gedoeld wordt, echter de uitwendige bewaaring van groote rampen niet uitfluiten. Dit had Jefus aan den rand van Kedrons beke gefproken, zijne getrouwe leerlingen waren getuigen geweest, hoe Hij dit, met veel ijver biddende, aan zijn' Vader had voorgedraagen. Nu toont Hij aan zijn eigen bidden te gedenken, nu toont Hij de middelen in 't werk te willen ftellen, waar door Hij zijn begeerte volvoerd zou zien.

Bemoedigend zeggen voor 'slieilands leerlingen ! Hoe veel was daar in voor hun ten troost! —— Zij waren gegeeven aan Jefus

van

(*) Men vindt deze woorden Joh. XVII: 12,en vergelijke, ten aanzien van de volgende woorden van dit vs., het ifte ftukjen dezer Overdenkingen bladz. 283 en 284.

Sluiten