Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEWAPENDE B E N D £. 33

gen, daar ik, in angstvallige bekommering neer- ttt, gebogen, dan eens vreeze voor vijanden, die mij nooit zullen aanvallen, dan eens middelen uitdenke, die geheel ongefehikt zijn, dan wederom moedeloos ter nederzitte, zonder het oog op mijn' Verlosfer te liaan! Hoe weinig denke ik aan zijn bevel: zijt dan niet bezorgd tegert den morgen : zvant de morgen zal voor het zijne zorgen , [eiken] dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad (*). Waarom niet meer al mijn kommer tocbetrouwd aan mijn' getrouwen

Herder ?

Strafwaardig ongeloof doet mij dikwerf dus fchadelijk omdoolcn, — ongeloof doet mij mijn'wcldaadigcn leidsman onteeren, en mij zeiven verbijsteren en bederven.

Ik wil dan, uitziende naar zijn' Geest, daarop bedacht zijn, om mij, met al mijn belang, geduurig aan Hem toetebetrouwen, om door 't geloof Hem te bezichtigen in zijne verhevene waardigheid, in zijne onbreckbaare trouw, en mij veilig te verlaaten op zijne ontferming.

Jefus zorgt, en dat is genoeg! Heilige

zorgeloosheid is mijn plicht. —— Bij Hem te fchuilen, Hem voor mijn belang te laaten

O Matth. VI: 34.

II. Deel, C

•4en.daar ik. in aiio-st-vnllio-f* Kplfnmmpn'nnBoiii-, vrr

Sluiten