Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEWAPENDE BEND E. 39

hoop, ten affchrik voor allen, die anderen in 't XII. kwaade voorgaan. Over-

Hoe akelig is het te zondigen : hoe veel fnoo- DEMK* der, anderen te verlokken! Hoe recht¬

vaardig is derzulker verdoemenis! - Hoe zwaar de ftraffe der zodanigen.

Dat dan het ontzettende van deze erinnering mij toch bedachtzaam maake, om nimmer iemand tot de zonde te verlokken.

Al is het niet tot grove zonden , al is het niet, dat ik zulks met opzet doe. — Mijne «nbcdachtzaamheden , mijne toegeevendheid aan eene booze wereld, gelijkvormig aan dezelve te zijn in eenen boozcn tijd, kan vcelligt ongemerkt anderen, die op mij zien, doen ftruikelen, zo worde ik hun ten valftrik, terwijl ik zelve zondige.

. Dat ik dan waakende en biddende op mijne hoede zij! Dat ik uitzie naar mijn' grooten Verlosfer, om kragt tegen alle verzoeking, om bewaaring op alle mijne paden, om bedachtzaamheid in alle mijne woorden, in alle mijne verrichtingen.

Dat de overdenking van mijn hart, en de redenen van mijnen mond Hem behaagen, en ik

niets

(*) Luk. XVI: 8.

C4

Sluiten