Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en g e n e e z e n.' 69

hij des Hoogepriesters dienaar zwaarlijk XIV.

. . Overwondde. denk. '

't Was de vuurige Petrus, die dit deed, naar ' 't bericht van Jo hannes: zijn driftige aart, dien ik te vooren reeds befchouwde, vervoer' de hem dikwerf tot voorbaarigheid, hij was de eerlte, om Jefus aan te bieden, dat hij met Hem in den dood wilde gaan, hij is de eerfte, die den aanval doet om Hem te redden, zijn drift is groot, zijn moed uitftekend, zijn aanval geweldig : maar helaas zijne kloekhartigheid, zo ! als 't vervolgt leert, even zo kort van duur.

Hij valt op Malchus aan, meenende Hem het I hoofd te klieven : maar de voorzienigheid befchikt het zo, dat Hechts het oor wordt afrehouwen, zo 't fchijnt uit het verhaal, geheel afgehouwen. Waarom viel Petrus juist Malchus, des ' Hoogepriesters dienstknecht, het eerlte aan ? — Het kan zijn, dat deze het naaste bij de hand 1 was; of dat hij in boosheid tegen Jefus, in fchinrp en fmaad, boven anderen uitftak.

Was er niets lofwaardigs in deze daad? — Ja, als men op het beginfel en 't oogmerk ziet. \ Het beginfel was zuivere liefde tot Jefus, voor wien hij zijn leven zelfs veil had. Heer! Gij : weet dat ik U lief heb, kon hij ten allen tijde ; zeggen, en in dit opzicht verdiende hij lof. — E 3 Het

Sluiten