Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112 De Heiland verantwoord't zich

xv. bepeinsde, moet ik ook, op 't vervolg van '\ BEBii. Gefchiedverhaal, mijn oog vestigen. — Daaj vinde ik een bedroevend verflag van 't berispensvvaardig bedrijf van zijne leerlingen. Zim Hem verlatende, zijn alle gevloden! Toen , zc i meldt Mattheus het ons, vluchten alle di te Discipelen, Hem verlatende.

Zijne anders getrouwe leerlingen en vrienden, I de kloekmoedige Petrus niet uitgezonderd, naJk men nu allerfchandelijkst de vlucht. — Var | waar kwam zulk eene lafhartigheid? — dJi vreeze bekroop hen, niettegenftaande zij ddj liefdezorg van hunnen meester, in diezelfde oo|l( genblikken, nog ondervonden hadden, daar Hi,|| aan de gewapende bende had bevolen : laait, deze heen gaan; zo waren zij echter dermaamfe, geprangd van angst, dat zij niet gedachtig aat L deze taal van hunnen meester konden zijn; zij { vergaten daar door, dat Hij de fchaare anderIL maal kon ter aarde doen vallen, wanneer Hijk 't nodig keurde, om hen uit de handen van zij L ne vijanden te redden; zij waren ontrouw aam, hunne toezeggingen; behalven Petrus, had» den zij alle beloofd met Hem te willen flerven Jk doch zo moest het woord van Jefus vervuldlL worden, in dien zelfden nacht tot hen gefprojl ken, dat zij alle aan Hem geërgerd, dat dd|

Hert

Sluiten