Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïgo Jesus gebonden r

XVL En hier aan kan ik niet twijffclen; ik vinda | 0vER" die dierbaare waarheid, die troost van mijrirti

DENK. * JTffi

hart, die fterkte voor mijne ziel, die toevlugMl voor mij fchuldige ellendeling, die waarheid IÉ dat Jefus als Borg leed, in den tekst die voo: mij ligt, zo klaarlijk geleerd, dat ik dezelvf moest gelooven, al was er geen ander bewij: voor in den Bijbel.

Johannes wijst te rugge naar de verklaa; ring , die hij zelf van 't oogmerk van Jefiujj dood gaf; 't was Cajafas voorfpelling , daf Jefus ïterven zou, om zich een volk uit Joolï den en Heidenen te vergaderen. Zo juiche ili dan vrolijk: de groote God en zaligmaaker heef zich zeiven voor ons gegeeven, op dat Hij ons zout de verlosfen van alle ongerechtigheden, en zich zeis ven een eigen volk zoude reinigen, ijverig in goedt vferken (*)•'

Wijders zie ik in Annas begeerte, om Jefiu eerst 'te zien, den hevigen brand der wraakifK zucht; deze trouwlooze herder der kuddalB grijs geworden in boosheid, wilde zijn' moei I koelen , immers zich verlustigen in de be<j fchouwing van de gevangenis der belaagdé ; onfchuld. —— De grijsheid doet de zondi : niet fterven!

Maas :

(*) Tit. II: 14.

Sluiten