Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

HOOGEPRIESTER ONDERVRAAGD. 13/

: het nut was, dat één mensch voor 'tvolk ltierf, xviL i was de aanlegger, de beleider, van dit werk- J

Hij

als reeds door Euthtmiüs Cap. LXV: Euang. M^th.

p. 243- geopperd is, dat Annas met Cajafas \\ t ! zelfde huis, in 't Hoogepriesterlijke paleis woonde, in on; derfcheiden vleugels van het zelve, zo dat in 't zelfde voor( hofoi binnenplaats de verloochening van Petrus gc1 fchied zoude zijn, dan dit is ondcrfleld, maar niet bewe1 zen.

Eindelijk, 4. de inhoud van 't 2411e vers begunfligt ook die gedachte niet, daar wordt gezegd, dat Annas Jefus , gebonden heeft gezonden naar Cajafas, hier door 1 worden wij gewezen op vers 12. daar Johannes veri haald heeft, dat Jefus gebonden werd: nu leert Hij dat Jefus zo gebonden is gezonden naar Cajafas, waar uit men | .billijk mag beiluiten, dat Hij niet lang bij Annas geweest, 1 dat Hij daar niet eerst ondervraagd is.

De voornaamfte bedenkingen, die meniier op inkanbren\ gen, zijn de drie volgende.

1. Waar toe zou Johannes dan aangetekend hebben, dat de Heiland eerst naar Annas is gebragt, zou daar dan niets voorgevallen zijn? — Uier op is 't antwoord gereed, \ dat Annas zijn' lust heeft willen boeten, om Jefus ten I fpoedigfte te züm. 't Zou ook zeer wel kunnen zijn, dat deze grijsaatt in den nacht zich niet in de vergadering heeft ; kunnen begeeven. Ook denken fommigen, dat de andere leden aan 't huis van C ajafas eerst vergaderd zijn, toen ï jefus bij Annas gebragt, en daar zo lang bewaard werd.

I S A1"

1

Sluiten