Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoogepriester. ondervraagd. 149

Hoe zeer is de Hoogepriester in zijn hart xvh. (benepen en bedremmeld geworden. Hij kon DEKK. ! geen woord antwoorden, hij wist zich niet te ! redden.

Dit fchijnt door e'én van zijne dienaaren, niet minder boos dan hij zelve , opgemerkt te zijn , waarom deze hem te hulp komt, door de allerwreedfte mishandeling van de gevange-

me onfchuld.

Een van de dienaars, van de gerichtsdienaars, die daar bij ftond, om den gevangenen

: te bewaaren, gaf Jefus, wegens 't voeren van deze heidentaal, waar op de grootfte arglistigheid geen uitvlucht wist te bedenken, zen kinnebakjlag , naastdenklijk een ftag met een ftok(*~), 't ziJ dan in 'taangezicht, op 't hoofd, of ergens anders op 't gezegend lichaam. Onbarmhartige, onrechtvaardige handeling!

Hier over moest de aarde beeven, de fterren des hemels moesten hunne glans verliezen, en die aardbewooners zich ontzetten, 't Gezerend lichaam van Hem , in wien de volheid

jier Godheid lichaamlijk woonde, wordt hier

out-

•! . '

(*) Als men op den oorfprong van 't woord fX7rnr/Aot iet, is er veel reden, om het zelve te vertolken door Hoklag, in 't vervolg zuilen wij hier over nog iets opmerken.

K 3

Sluiten