Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i68 De Onschuld

^XVIH. (fezen Tempel af, en in drie dagen zal ik denzelpeNK. ven oprichten. Hij zeide dit van den Tempel van zijn lichaam , zijne Discipelen verftonden dit na zijne opftanding, en werden daar door in 't geloof gefterkt. Maar bij de Jooden gaf dit toen al bevreemding en ftoffe van gefprek; 't fchijnt dat dit bij fommigen hunner is levendig gehouden , dat Jefus zulks gezegd had. Niemand had het evenwel in 't hoofd gekregen , om daar uit eene befchuldiging van eene I doodwaardige misdaad te vormen ; men had | wel gemerkt, er was iets geheimzinnigs, iets geeftigs in, 't was hun onverftaanbaar gebleven , om dat zij 't op den eigenlijken Tempel toepasten.

Doch nu namen deze liiooden daar uit aan- [ leiding , om met zo veel kwaadaartigheid als list, daar van eene befchuldiging voor den I rechtbank te maaken. Hier toe moest het gelegde van Jefus geheel verdraaid worden. Hij Ij. had niet gezegd, Ik zal dezen Tempel afbreeken: 1 maar tot de Jooden gezegd: Breekt dezen lampei I af. Dit maakte eene groote verfcheidenheid; 1 uit Jefus woorden was nimmer met grond te I befluiten, dat Hij den Tempel wilde afbreeken, waar in echter een voornaam deel van de befchuldiging gelegen moest zijn.

Zij tijgden Hem dus een geheel ander oog' ■

merk

Sluiten