Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

; hoo gepries ters tegen JeSÜS. l8p

. siAs, (*) na den tijd van Daniël was de- xix* .

' v y J Over- j

'zelve de gewoone naam, (f) die 't meest ge- denk. j

i Druikt werd, en op dien Hebreeuwfchen naam i ivordt zeker gedoeld, als 'er in 't Grieksch ge: 'chreven is Christus (§),

Maar hij doet 'er vraagend bij de Zoon van 7od,o£ zo als Markus heeft de Zoon des gezeurenden. Gezegende is een gewoone tijtel, ï velke aan God in de fchriften der Jooden geëigend wordt, ( + ) om dat Hij de bron van mllen zegen, en aller zegening en lofzegging !waardig is; zo fpreekt dan hier de Hoogeprie[ter, om zijnen bijzondcren eerbied voorden ' tioogen God te meerder aantewijzen.

't Komt in bedenking, of dit bijvoegfel van den Hoogeprieiler alleen te verftaan zij in dien zin, dat hij de naam zoon van God met dien van Mesfias Hechts verwisfelde, zo dat bij de . Jooden zoon van God, niet anders betekende dan Mesfias; of dat dit een onderfcheidenlidvan izijne vraag is, dat hier op neer komt, houdt

gij

, ■(*)/>ƒ. lï.7> - (f) Dan. IX: 25, 26.

(§) Joh. h 42 en IVi 25. . Conf. Wolffius curis Phüol. ad locum Marci. ItBïssus de M§rte ], C. Lib. II, Caf. V. § 14.

Sluiten