Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHULDIGD EN MISHANDELD. 107

hief zijn moordkreet met de befchuldiging van XX. Godslasteringen aan. denk.

Doemwaardig veinzen! Onbefchaamde huichelaarij!

De hoogeprieflcr die, zo even te vooren , den Heiligen en plechtigen eed zo fchaamteloos had misbruikt, dien,door Jefus antwoord op zijnbezweerend vraagen,in de daad den mond geflopt was, wil zich nog het masker niet laa1 ten afligten, Hij gaat voort met dcnzelfden ge:. waanden Godsdienstijver, Hij verfcheurt zijne ; klederen (*); dit was oudstijds het teken van I 'tgrootfte misb:,ar, van de hartbrekendfle droefi heid, gelijk het nog bij de Jooden is. (f) Dit te doen,bij het hooren van Godslastering,was S een bewijs van den eerbied en de liefde, die I men voor God had (§).

En 't was, naar der Jooden getuigenis, eene s bijzondere wet voor de Richters, dat zij in de

rcchts-

(*) Of Je Hoogeprïefter zijn plechtig ftaatiekleed, of flechts zijne gemeene klederen gefcheurd hebbe , heeft de Heer Byn^us zeer gegrond aangewezen, d»t het niet de eerstgenoemden, maar de laatften zijn geweest, (f) Verg. II Sam. I: 2, 11. Heofdfl. Xllh 19 en XV; f 32. Job. I: 20. Hocfdfi. II: 12. Vid, etiam Geierus ij dc luftu, Ebraor C. XXII: § 9.

j (§) Zie II Kon. XVIII: 37 en Hoofdfl, XIX: 1. Et I Coaf. Sch cet gefi 1 vs Uor. Hebt; a<J Matth.X&ih65,

Sluiten