Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 Christus van Godslastering

XX. niet verdiend, om als Godslasteraar gedoemd: 22T te worden!

Ik hoore tot mijne ontzetting, maar tevens: tot mijne blijdfchap, die taaie: Hij is des doods-

fchuldig. Dat is mijn vonnis : maar 't

wordt in mijne plaats over mijnen Borg ge-: veld. — In Eden is die bedreiging reeds gedaan , en dit ftrafvonnis geveld; maar Jefus; kwam, om in der Jooden gericht zich aan diti vonnis te onderwerpen, op dat Hij, op den jongften en algemeenen richtdag, aan allen diei in Hem gelooven,ten eeuwigen leven zou kun-i nen toeroepen , ,, Gij waart des doods fchuU „ dig: maar ik heb V leven voor U verworven!"

Ik was waardig van God verfmaad, door de * Engelen befpot, aan de befchimping der Dud

velen overgeleverd te worden. Maar JeJ

fus heeft dit willen ondergaan , om mij hier van gunftig te bevrijden.

„ O barmhartige en getrouwe HoogeprieJ „ fter , wat zal ik ter vergeldinge van uwe „ liefde U toebrengen; hoe zal ik, naar mij-

„ nen plicht, U danken? Eeuwig zulJ

„ Gij 't voorwerp van mijne liefde en mijnen! „ lof zijn; mijne ftamelende dankzangen, ho-J „ pe ik eens met volmaakter lofzeggingen te „ verwisfelen, als ik met den rei van uwe verJ

IOS'1

Sluiten