Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240 De eerste verloochening

XXI. Maar met dat al zie ik, dat toen de med i bmhL" fchenvrees hem niet verlaaten had". Hij voM >i de van verre , met een beangftigd hart. II. wilde niet gezien worden, als iemand, die me I de uit den hof kwam, of die als 4én van Jefu;: volgelingen kon worden aangemerkt, hoeweqj dit zijn beleid, zo als de uitkomst getoonu heeft, geheel vruchtloos was.

Dan, Hij had een medgezel, die. hem te< leidsman ftrekte , Hij ging met eenen andere discipel, die bij den Boogepr ie/Ier bekend was. —I

Wie mag tog deze discipel geweest zijn?

Al moet ik belijden, dat ik dit niet weet, dat

heb ik geen fchade bij. Meer dan éi

wordt 'er genoemd , maar Hechts bij gisfini genoemd.. Zij, die denken, dat het Johaï . n es, de fchrijver van het euangelie, zelf gq weest zou zijn,hebben daar voor weinig grono Hij noemt zich, 't is waar, den anderen disc \ pel (*), maar met eene omfchrijving daar bi;

dien Jefus lief had. Of 't een onbeken :

discipel van Jefus, een burger van Jerufalei! ! zij geweest, kan ik ook kwalijk bepaalen, V , fchijnt weinig aanleiding in 't verhaal gegeve : te worden, om te befluiten, dat Petrus zo ic mand ontmoet, en zich met denzelveu in gefpre l

(•) Joh. XX: a en 3.

Sluiten