Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Q44 De eerste verloochening

^xxr. ging! Ongelukkige onderneeming ! Hij wrl denk. daar vol droefheid, fchrik en vrees, Hij fton\ onder dien hoop, en zat ook wel eens neder zo als de vergelijking der euangelisten fchijn aan te duiden, zijne ongeduurigheid van gees is hier uit genoeg optemerken, terwijl dezelv evenwel gepaard ging, met eenen geweldigei drang, om onverfchokkenheid te vertoonen.

De dienstmaagd had hem, zo dra zij konde, achtervolgd, en vond hem wel haast onder d< menigte : nu verzwaarde zij haare befchuldi. ging, met zich haatelijker omtrent Jefus uitte: drukken,terwijl zij de oogen op Petrus houdt hem onbefchaamd aanziet, vraagt zij nu niet! maar zegt, gij waart met Jefus den Nazarener< den Galileër, en wendt zich tot het gezelfchap) dat daarbij was, zeggende als in eenen ademi ook deze was met hem.

Nu werd de beproeving zwaarder. Hij word niet Hechts gevraagd, maar befchuldigd , er dat door eene van'sHoogepriefters dienstmaags den, die blijkbaar te kennen gaf, dat zij tes gen Jefus en zijne zaak heftig was ingenomen i daar zij met verachting van hem als een Naza; rener en Galileër fprak; waar bij nog kwami dat zij de menigte tegen hem opruide, dooj hem bij de woefte en wreede dienaars aante: klaagen, als een vriend en volgeling van Je

fus:

Sluiten