Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n?o De tweede en derde verloochen.

f'" ';- dc afgezondenen van 't gericht, zou vangen en'"'

denk. ftraTcn.

Nu werd hij geheel verbijftering: zijne te\ 10 den beefden, zijne kniën floegen tegen èlk*jjjf deren, zijne gedachten waren bedwelmd,zijncflf16 tong weigerde hem te dienen, hij kon niet anti11 ders dan met moeite zijne woorden voortbrenfj'1

gen. • Ongelukkig maar, dat hij, met geJf

weid zich tot fpreeken dwingende, inijslijkil1

zelfvervloeking lusbrak. Hij begon [zichlf?'

te vervloeken en te zweer en, Ik en kenne den menW1 fche niet, ik weet niet wat gij zegt. V

Hij begon nu niet Hechts te zweeren, zo ali hij te vooren reeds had gedaan, maar zich zei f ven te vervloeken, met de zwaarfte eeden ziel L te onderwerpen aan de grootfte onheilen, zc het waarheid was, dat hij ooit een discipel vai 1 jefus was geweest (*), de woorden die hij gë 5 iju-oken heeft, waren te ijsfelijk om die te boelf te Heften, men kan genoeg den zin daar vai nagaan, uit het gene de cuangelisten aangeté t kend hebben. Hij onderwierp zich aan é. L zwaarfte ftralfen van God, hij wenschte dat d; I

blili a

( *) Dat men dit moet verftaan van een vervloeken v* k, zich zeiven, is overtuigend'aangetoond , door Beza e1 4 Grotius ad. h. 1. als mede door Gerhaudüs in Ha. h monia Cap. CLXXXVIII.

Sluiten