Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het berouw XXIII. gezellen, en hem veilig naar buiten te gelet

f>VLR- .

pen*, den!

Eindelijk , 't waren liefderijke blikken van gunst, die Jefus op Petrus wierp, de zachthedec die uit die oogen ftraalden, waren voor Pctrm de zekere waarborgen van 't vcrgeevend lief dehart van zijnen meefter; Jefus riep hem mei de grootfte overtuiging toe: „Petrus, fchoor „ ik u vcrfchrikkend en verwijtend heb aangei „ zien ter uwer beftraffing, was dit niet tot uy „ verderf, maar tot uwe behoudenis. Gij

hebt mijn gunst niet verlooren,gij kunt ftaa „ maaken op mijne vergiffenis. Voor dat g: „ in de zonde vielt, heb ik reeds voor u gebe „ den, gij hebt vcrgeeving van mijnen henffl „ fchen Vader! Ga henen Petrus, betreur «I „ misdrijf, houd aan mij vast door 't geloof „ en blijf vertrouwen op mijne goedheid!"

Dit alles heeft Petrus met nadruk gevoeld nu werd hij indachtig, wat Jefus gezegd had nu hoorde hij dat haanengekraai, het welke d eindpaal van zijnen val moest aanwijzen, z als hij nog nooit den haan had hoorcn kraaien;

Tot hier toe was Petrus geweldig gefliii gerd op de onftuimige golven van zelfverhe, fing, drift, vreeze, verkeerde pooging om zich , redden , en daar door was hij in eene gehee verbijftering vervallen, Maar nu was ff

Sluiten